Voorleesverhaal
Koning Babar
Babar en Céleste bouwen een nieuwe stad voor de olifanten. Maar zelfs een koning in een prachtige stad heeft soms zorgen.
Laat dit verhaal insprekenHet verhaal
Na hun lange reis zijn koning Babar en koningin Céleste eindelijk weer thuis. De oude dame is met hen meegekomen naar het olifantenland.
De olifanten zijn dolblij dat hun koning en koningin terug zijn. Ook Cornelius, Arthur en alle anderen komen hen begroeten.
Babar heeft onderweg veel cadeaus verzameld. Er zijn kleren, gereedschappen, speelgoed, lampen, boeken en nog veel meer. Maar hij geeft ze nog niet meteen weg.
“Ik heb een plan,” zegt hij. “We gaan samen een echte stad bouwen. Zodra de stad klaar is, krijgt iedereen een cadeau dat bij zijn nieuwe werk en huis past.”
De olifanten vinden het een prachtig idee.
Babar en Céleste zoeken een mooie plek bij het meer. Daar tekenen ze straten, pleinen, huizen en tuinen. De stad krijgt de naam Célesteville, naar koningin Céleste.
Al snel begint het werk. Sommige olifanten slepen stenen, andere dragen hout of graven de grond uit. Iedereen helpt mee.
Tijdens het bouwen zingen ze:
“Kom, we bouwen zij aan zij.
Een huis voor jou, een huis voor mij.
Met sterke poten, groot en klein,
zal straks onze stad er zijn.”
Langzaam komen de gebouwen omhoog. Aan de ene kant van de stad staat het Paleis van het Werk, met werkplaatsen en winkels. Aan de andere kant komt het Paleis van het Feest, met een theater en zalen om muziek te maken en te dansen.
Er komen scholen, een ziekenhuis, een station, een groot hotel en brede lanen vol bomen. Midden in de stad staat het paleis van Babar en Céleste. Niet ver daarvandaan krijgt de oude dame haar eigen huis.
Wanneer de laatste steen ligt, is Célesteville klaar.
De olifanten wandelen verbaasd door de straten. Alles is nieuw. De huizen glanzen in de zon en in de tuinen bloeien bloemen.
Nu deelt Babar de cadeaus uit. De bakker krijgt een schort en bakvormen. De kleermaker krijgt stof, garen en een naaimachine. De dokter krijgt een witte jas en een tas vol instrumenten. De brandweer krijgt helmen en een rode wagen.
Arthur krijgt rolschaatsen. Hij trekt ze meteen aan en zoeft door de straten, al gaat het remmen nog niet helemaal goed.
Cornelius wordt Babars belangrijkste raadgever. Hij krijgt een deftig uniform en een eigen werkkamer. Pompadour helpt hem met alle papieren en afspraken.
De oude dame geeft pianoles. Uit haar huis klinkt iedere middag muziek. Céleste zorgt voor de kunst, de feesten en de tuinen. Babar werkt in het paleis. Hij leest brieven, luistert naar de olifanten en neemt besluiten voor de stad.
Iedere ochtend begint Célesteville vroeg. De bakkers bakken brood, de winkeliers openen hun deuren en de kinderen gaan naar school.
Op school leren ze lezen, schrijven en rekenen. Ze tekenen dieren, zingen liedjes en doen oefeningen op het plein. Arthur vindt rekenen niet zijn favoriete vak, maar bij gym staat hij altijd vooraan.
In het ziekenhuis zorgt dokter Capoulosse voor iedereen die ziek is of een zere poot heeft. Gelukkig zijn de meeste inwoners gezond, want ze sporten vaak.
Na het werk is er tijd voor plezier. De olifanten zwemmen in het meer, spelen tennis of varen in kleine bootjes. Soms is er een concert in het Paleis van het Feest. Dan trekt iedereen mooie kleren aan.
Op een avond dirigeert Babar zelf het orkest. Céleste zit vooraan en de oude dame speelt piano. Zelfs Arthur blijft heel even stil om te luisteren.
Ook Rataxes en zijn vrouw worden uitgenodigd in Célesteville. Sinds het einde van de oorlog proberen de olifanten en neushoorns goede buren te zijn.
Babar laat hun de stad zien. Rataxes bewondert de brede straten, al doet hij alsof hij niet snel onder de indruk is.
“Best aardig,” bromt hij.
Maar wanneer niemand kijkt, vertelt hij zijn vrouw dat hij de stad prachtig vindt.
De dagen gaan voorbij. Célesteville groeit en iedereen vindt zijn plek. Babar is trots, maar koning zijn is soms vermoeiend. Er zijn altijd vragen om over na te denken en problemen om op te lossen.
Op een avond ligt Babar wakker. Buiten is alles stil, maar in zijn hoofd blijft het druk.
Eindelijk valt hij in slaap.
Hij droomt dat donkere figuren zijn slaapkamer binnensluipen. Ze heten Angst, Pech, Verdriet en Moedeloosheid. Ze fluisteren dat alles mis kan gaan. Dat de stad misschien niet sterk genoeg is. Dat Babar niet weet hoe hij iedereen gelukkig moet houden.
Babar voelt zich klein worden.
Dan verschijnen er andere figuren. Hoop stapt als eerste naar voren. Daarna komen Moed, Geduld en Vriendschap. Samen jagen ze de donkere gedachten de kamer uit.
“Je hoeft niet alles alleen te doen,” zeggen ze. “Kijk naar de mensen die naast je staan.”
Babar wordt wakker. Het ochtendlicht valt door het raam. Naast hem slaapt Céleste rustig.
Even later hoort hij buiten de stad ontwaken. Een bakker zet brood voor zijn winkel. Kinderen rennen lachend naar school. Uit het huis van de oude dame klinkt de eerste pianotoon van de dag.
Babar loopt naar het balkon. Beneden zwaaien Cornelius en Arthur naar hem.
“Goedemorgen, Babar!” roept Arthur.
Babar glimlacht. Zijn zorgen zijn niet helemaal verdwenen, maar hij weet weer wat hij moet doen.
Hij hoeft geen koning te zijn die alles alleen kan. Hij moet luisteren, hulp durven vragen en samen met de anderen voor de stad zorgen.
Céleste komt naast hem staan.
“Zullen we beginnen?” vraagt ze.
“Ja,” zegt Babar. “Er is genoeg te doen. Maar eerst ontbijten.”
Samen lopen ze naar binnen.
En beneden in Célesteville begint een nieuwe dag.
Laat iemand dit verhaal inspreken
Opa, oma, papa of mama spreekt dit verhaal in met hun eigen stem. Je kind luistert het ’s avonds terug, ook als die persoon er niet is.
Laat dit verhaal insprekenOver dit verhaal
Vrije Nederlandse hertaling naar Le Roi Babar van Jean de Brunhoff, Éditions du Jardin des Modes, 1933. Gebaseerd op de oorspronkelijke Franse uitgave en de oorspronkelijke volgorde van gebeurtenissen. Het werk van Jean de Brunhoff is publiek domein in Nederland en andere landen met een beschermingstermijn van leven plus zeventig jaar.
Het is de schuld van de kat
Ik wil die!
De gelaarsde kat