Voorleesverhaal

Het verhaal van mevrouw Tiggy-Winkle

Lucie zoekt haar zakdoeken en ontdekt een bijzonder washuisje tussen de heuvels.

Laat dit verhaal inspreken

Het verhaal

Er was eens een klein meisje dat Lucie heette. Ze woonde op een boerderij die Kleinestad heette.

Lucie was een lief meisje. Alleen raakte ze altijd haar zakdoekjes kwijt.

Op een dag kwam ze huilend het erf op.

"Ik ben mijn zakdoekje kwijt! Drie zakdoekjes en een schortje! Heb jij ze gezien, poes Tabby?"

De poes bleef haar witte pootjes wassen.

Toen vroeg Lucie het aan een gespikkelde kip.

"Sally Henny-Penny, heb jij drie zakdoekjes gevonden?"

Maar de kip rende kakelend de schuur in.

"Ik loop op blote poten, blote poten, blote poten!"

Daarna vroeg Lucie het aan roodborstje Robin, die op een tak zat.

Robin keek haar met één helder zwart oog van opzij aan. Toen vloog hij over een hek en verdween.

Lucie klom op het hek en keek naar de heuvel achter Kleinestad. Die heuvel ging hoger en hoger, tot in de wolken, alsof hij geen top had.

Heel ver boven zich meende ze witte dingen op het gras te zien liggen.

Lucie klauterde zo snel als haar korte beentjes haar konden dragen de heuvel op. Ze volgde een steil pad, hoger en hoger, tot Kleinestad diep onder haar lag.

Vanaf daar had ze bijna een steentje door de schoorsteen kunnen laten vallen.

Na een tijdje kwam ze bij een bron die uit de heuvel borrelde.

Iemand had een klein blik op een steen gezet om het water op te vangen. Het water liep er al overheen, want het blikje was niet groter dan een eierdopje.

In het natte zand zag Lucie de voetafdrukken van een piepklein persoon.

Ze liep verder en verder.

Het pad eindigde onder een grote rots. Het gras was er kort en groen. Er stonden waspalen van varenstengels, met lijnen van gevlochten biezen. Er lag ook een hoop piepkleine wasknijpers.

Maar nergens zag ze zakdoekjes.

Wel zag ze iets anders: een deur, recht de heuvel in.

Achter de deur zong iemand:

"Lelieblank en schoon, o ja,

met een randje fraai, o ja.

Glad en heet, geen roestvlek breed,

komt er ooit nabij, o ja."

Lucie klopte één keer, twee keer. Het lied hield op.

Een klein, geschrokken stemmetje vroeg:

"Wie is daar?"

Lucie opende de deur. En wat denk je dat er binnen in de heuvel was?

Een keurige, schone keuken met een stenen vloer en houten balken, net als in iedere andere boerenkeuken.

Alleen was het plafond zo laag dat Lucies hoofd het bijna raakte. De potten en pannen waren klein. Alles was er klein.

Het rook er warm naar strijkgoed.

Bij de tafel stond een korte, stevige mevrouw met een strijkijzer in haar hand. Ze keek Lucie bezorgd aan.

Haar katoenen jurk was opgeschort. Over haar gestreepte onderrok droeg ze een groot schort.

Haar kleine zwarte neus ging snuf, snuf, snuffel. Haar ogen fonkelden. En onder haar muts, op de plek waar Lucie gele krullen had, zaten stekeltjes.

"Wie bent u?" vroeg Lucie. "Hebt u mijn zakdoekjes gezien?"

De kleine mevrouw maakte een nette buiging.

"Jazeker, als ik zo vrij mag zijn. Mijn naam is mevrouw Tiggy-Winkle. Ik ben bijzonder goed in wassen, stijven en strijken."

Ze haalde iets uit de wasmand en spreidde het op de strijkdeken uit.

"Wat is dat?" vroeg Lucie. "Dat is niet mijn zakdoekje."

"O nee. Dat is het rode vestje van roodborstje Robin."

Ze streek het, vouwde het op en legde het aan de kant.

Toen pakte ze iets van een droogrek.

"Dat is toch niet mijn schortje?" vroeg Lucie.

"O nee. Dat is het damasten tafelkleed van winterkoninkje Jenny. Kijk eens naar die vlekken van bessensap. Die zijn heel moeilijk uit te wassen."

Mevrouw Tiggy-Winkles neus ging snuf, snuf, snuffel. Haar ogen fonkelden. Ze pakte een nieuw heet strijkijzer bij het vuur.

"Daar is één van mijn zakdoekjes!" riep Lucie. "En daar is mijn schortje!"

Mevrouw Tiggy-Winkle streek het schortje, plooide het en schudde de ruches los.

"O, wat is het mooi geworden," zei Lucie.

"En wat zijn die lange gele dingen met tenen als vingers?"

"Dat zijn de kousen van Sally Henny-Penny. Kijk hoe ze de hielen heeft versleten door op het erf te krabben. Als ze zo doorgaat, loopt ze binnenkort echt op blote poten."

"Daar ligt nog een zakdoekje, maar dat is niet van mij. Het is rood."

"Dat klopt. Het is van de oude mevrouw Konijn. Het rook ontzettend naar uien. Ik moest het apart wassen en de geur is nog steeds niet helemaal weg."

"Daar is er nog één van mij," zei Lucie.

"En wat zijn die grappige witte dingetjes?"

"Dat zijn de wanten van poes Tabby. Ik hoef ze alleen te strijken, want ze wast ze zelf."

"Daar is mijn laatste zakdoekje!" riep Lucie.

"En wat doopt u in die kom met stijfsel?"

"Dat zijn de kleine overhemdboordjes van mees Tom. Hij is vreselijk precies. Nu ben ik klaar met strijken. Ik ga wat kleren buiten luchten."

"Wat zijn dit voor lieve, zachte, wollige dingen?" vroeg Lucie.

"Dat zijn de wollen jasjes van de lammetjes van Skelghyl."

"Kunnen hun jasjes uit?"

"Jazeker. Kijk maar naar het merkteken op de schouder. Dit jasje hoort bij Gatesgarth en deze drie komen van Kleinestad. Bij het wassen moeten ze altijd goed gemerkt zijn."

Mevrouw Tiggy-Winkle hing allerlei soorten en maten kleding op: kleine bruine muizenjasjes, een fluweelzwart mollenvest, een rood jasje zonder opening voor de staart van eekhoorn Hazelnootje en het flink gekrompen blauwe jasje van Pieter Konijn.

Er was ook een ongemerkte onderrok die in de was was zoekgeraakt.

Eindelijk was de mand leeg.

Mevrouw Tiggy-Winkle zette thee. Eén kopje voor zichzelf en één voor Lucie.

Ze zaten op een bankje voor het vuur en keken elkaar van opzij aan.

De hand waarmee mevrouw Tiggy-Winkle haar kopje vasthield was heel bruin en gerimpeld van al het zeepsop.

Door haar jurk en muts staken overal haarspelden met het verkeerde uiteinde naar buiten. Daarom ging Lucie liever niet te dicht naast haar zitten.

Na de thee bonden ze de schone kleren in bundels. Lucies zakdoekjes werden in haar schone schortje gevouwen en met een zilveren veiligheidsspeld vastgemaakt.

Mevrouw Tiggy-Winkle legde turf op het vuur. Ze gingen naar buiten, sloten de deur en verstopten de sleutel onder de drempel.

Daarna draafden Lucie en mevrouw Tiggy-Winkle met de bundels de heuvel af.

Onderweg kwamen kleine dieren uit de varens om hen te begroeten. De eersten die ze tegenkwamen waren Pieter Konijn en Benjamin Konijn.

Mevrouw Tiggy-Winkle gaf hun de keurig schone kleren.

Alle dieren en vogels waren haar ontzettend dankbaar.

Toen ze onder aan de heuvel bij het hek kwamen, hoefde Lucie alleen haar eigen kleine bundeltje nog te dragen.

Lucie klauterde met het bundeltje op het hek. Ze draaide zich om om de wasvrouw welterusten te wensen en haar te bedanken.

Maar wat vreemd.

Mevrouw Tiggy-Winkle had niet op een bedankje of op de betaling voor de was gewacht.

Ze rende de heuvel alweer op.

Waar waren haar witte muts met ruches, haar omslagdoek, haar jurk en haar onderrok gebleven?

Wat was ze klein geworden. Wat was ze bruin. En wat zat ze vol stekels.

Wel heb ik ooit.

Mevrouw Tiggy-Winkle was gewoon een egel.

Sommige mensen zeggen dat Lucie op het hek in slaap was gevallen.

Maar hoe kwam ze dan aan drie schone zakdoekjes en een schortje, netjes vastgemaakt met een zilveren veiligheidsspeld?

En trouwens, ik heb zelf de deur aan de achterkant van de heuvel Cat Bells gezien.

Bovendien ken ik lieve mevrouw Tiggy-Winkle heel goed.

---

## Redactionele opmerkingen voor Heare

- Deze verhalen zijn langer dan de gebruikelijke Heare-verhalen. Deel ze eventueel op in twee luisterhoofdstukken, zonder de tekst in te korten.
- De naamgeving is bewust herkenbaar en onderling consequent gehouden. Het proza is volledig nieuw vertaald.
- De verhalen bevatten ouderwetse elementen, zoals een tik als straf en een roofdier dat een eend wil opeten. Een korte oudernotitie kan passend zijn voor de jongste luisteraars.
- Voor een categorie-omschrijving kun je gebruiken: "Tijdloze dierenverhalen vol kattenkwaad, avontuur en Engelse plattelandsmagie. Nieuwe Nederlandse vertalingen van de klassiekers van Beatrix Potter."

Laat iemand dit verhaal inspreken

Opa, oma, papa of mama spreekt dit verhaal in met hun eigen stem. Je kind luistert het ’s avonds terug, ook als die persoon er niet is.

Laat dit verhaal inspreken

Over dit verhaal

Nieuwe Nederlandse bewerking van The Tale of Mrs. Tiggy-Winkle (1905), gebaseerd op het publiek-domeinwerk van Beatrix Potter. Illustratie: Beatrix Potter, publiek domein. Bron illustratie. Engelse brontekst. Onafhankelijke Heare-uitgave, niet verbonden aan Frederick Warne & Co. of Penguin.

Meer verhalen om voor te lezen

Coco en het nieuws dat niemand hoorde 5 min voorlezen Roodkapje 3 min voorlezen Aladdin en de wonderlamp 3 min voorlezen

Alle verhalen