Voorleesverhaal

Het verhaal van Pieter Konijn

Een ondeugend konijntje waagt zich in de tuin van meneer McGregor.

Laat dit verhaal inspreken

Het verhaal

Er waren eens vier kleine konijntjes. Ze heetten Flopsie, Mopsie, Pluisstaart en Pieter.

Ze woonden samen met hun moeder onder de wortels van een heel grote dennenboom.

Op een ochtend zei moeder Konijn:

"Jullie mogen in het veld of langs het paadje gaan spelen, maar ga niet naar de tuin van meneer McGregor. Jullie vader is daar ooit in de problemen geraakt. Mevrouw McGregor heeft hem daarna in een pastei gestopt."

"Vooruit nu. Wees verstandig en haal geen kattenkwaad uit. Ik moet boodschappen doen."

Toen pakte moeder Konijn haar mand en haar paraplu. Ze liep door het bos naar de bakker. Daar kocht ze een bruin brood en vijf krentenbroodjes.

Flopsie, Mopsie en Pluisstaart waren gehoorzame konijntjes. Ze gingen langs het paadje bramen plukken.

Maar Pieter rende regelrecht naar de tuin van meneer McGregor. Hij wurmde zich onder het hek door.

Eerst at hij wat sla. Daarna proefde hij van de sperziebonen. Vervolgens knabbelde hij aan een paar radijsjes.

Toen hij daar een beetje misselijk van werd, ging hij op zoek naar peterselie.

Maar achter een komkommerkas kwam hij plotseling meneer McGregor tegen.

Meneer McGregor zat op handen en knieën jonge koolplantjes te poten. Hij sprong overeind, zwaaide met zijn hark en riep:

"Houd de dief!"

Pieter schrok vreselijk. Hij rende kriskras door de tuin, want hij wist niet meer waar het hek was.

Bij de koolplanten verloor hij één schoentje. Het andere schoentje raakte kwijt tussen de aardappelen.

Zonder schoenen kon Pieter sneller lopen. Hij dacht dat hij wel zou ontsnappen, als hij niet met de grote knopen van zijn blauwe jasje in een net boven de kruisbessenstruiken was blijven haken.

Het was een blauw jasje met glanzende koperen knopen, nog helemaal nieuw.

Pieter dacht dat het met hem gedaan was. Hij huilde dikke tranen.

Een paar vriendelijke mussen hoorden hem. Ze vlogen naar beneden en smeekten hem om toch vooral niet op te geven.

Meneer McGregor kwam met een zeef aangelopen. Hij wilde die over Pieter heen zetten.

Maar precies op tijd wurmde Pieter zich uit zijn jasje. Hij liet het achter en rende de gereedschapsschuur in.

Daar sprong hij in een gieter. Dat zou een uitstekende schuilplaats zijn geweest, als er niet zoveel water in had gezeten.

Meneer McGregor wist zeker dat Pieter ergens in de schuur zat. Misschien onder een bloempot.

Hij begon de potten voorzichtig op te tillen en eronder te kijken.

Toen moest Pieter plotseling niezen.

"Hatsjie!"

Meneer McGregor stond meteen naast hem. Hij probeerde zijn voet op Pieter te zetten, maar Pieter sprong door het raam. Daarbij gooide hij drie planten om.

Het raam was te klein voor meneer McGregor. Hij was het zat om achter Pieter aan te jagen en ging terug naar zijn werk.

Pieter ging zitten om uit te rusten. Hij was buiten adem, trilde van angst en had geen idee welke kant hij op moest.

Hij was bovendien kletsnat geworden in de gieter.

Na een tijdje begon hij rond te dwalen. Hij liep langzaam en keek goed om zich heen.

Hij vond een deur in een muur. Maar de deur zat op slot en er was onderaan geen ruimte waar een dik konijntje doorheen kon.

Een oude muis liep over de stenen drempel. Ze droeg erwten en bonen naar haar familie in het bos.

Pieter vroeg haar hoe hij bij het hek kon komen. De muis had een grote erwt in haar bek en kon niet antwoorden. Ze schudde alleen haar hoofd.

Pieter begon opnieuw te huilen.

Daarna probeerde hij de weg door de tuin te vinden. Maar hij raakte steeds verder verdwaald.

Hij kwam bij een vijver waar meneer McGregor zijn gieters vulde. Een witte kat zat naar goudvissen te kijken. Ze zat heel stil, maar het puntje van haar staart bewoog alsof het leefde.

Pieter vond het verstandiger om niet met haar te praten. Van zijn neef Benjamin had hij nare verhalen over katten gehoord.

Hij liep terug naar de gereedschapsschuur.

Plotseling hoorde hij het schrapen van een schoffel. Pieter dook onder een struik.

Meneer McGregor werkte vlakbij. Hij keerde zijn rug naar Pieter toe en achter hem lag het hek.

Pieter kwam heel stil onder de struik vandaan. Toen rende hij zo hard hij kon over een kruiwagen en sprong naar het hek.

Hij wrong zich onder het hek door en was eindelijk veilig in het bos.

Meneer McGregor hing Pieters jasje en schoenen aan een stok. Ze moesten een vogelverschrikker voorstellen.

Pieter bleef rennen. Pas toen hij de grote dennenboom bereikte, keek hij achterom.

Hij was zo moe dat hij op de zachte aarde van het konijnenhol neerplofte en zijn ogen sloot.

Moeder Konijn was aan het koken. Ze vroeg zich af wat Pieter toch met zijn kleren deed. Het was al het tweede jasje en het tweede paar schoenen dat hij in korte tijd was kwijtgeraakt.

Het spijt me te moeten zeggen dat Pieter zich die avond niet goed voelde.

Zijn moeder legde hem in bed en maakte kamillethee.

"Eén eetlepel voor het slapengaan," zei ze.

Maar Flopsie, Mopsie en Pluisstaart kregen als avondeten brood, melk en bramen.

Laat iemand dit verhaal inspreken

Opa, oma, papa of mama spreekt dit verhaal in met hun eigen stem. Je kind luistert het ’s avonds terug, ook als die persoon er niet is.

Laat dit verhaal inspreken

Over dit verhaal

Nieuwe Nederlandse bewerking van The Tale of Peter Rabbit (1902), gebaseerd op het publiek-domeinwerk van Beatrix Potter. Illustratie: Beatrix Potter, publiek domein. Bron illustratie. Engelse brontekst. Onafhankelijke Heare-uitgave, niet verbonden aan Frederick Warne & Co. of Penguin.

Meer verhalen om voor te lezen

Het verhaal van Benjamin Konijn 8 min voorlezen Het verhaal van Jemima Waggeleend 8 min voorlezen Het verhaal van Tom Kitten 6 min voorlezen

Alle verhalen